Vakdidactiek Plastische Opvoeding 2 OSO
Blogopdracht 1: lesonderwerpen vanuit een vertrekpunt
SCHOOL: Dé School
LEERKRACHTEN:
Lies Van Gansbeke
Lore Verweirder
Karen Vande Putte
Fran Louwie
Klas 1: 1e graad, moderne, klas van 23 lln, 14 meisjes, 9 jongens
Lies Van Gansbeke
LESOPDRACHT:
De
leerlingen maken een vogel in papier-maché. Het is de bedoeling dat ze een
vogel kiezen waarbij ze de eigenheid van het dier kan benadrukken bv. Bij een
Havik zal de grijze kleur, het grote lijf, de grote vleugels, de lange veren en
de scherpe bek een belangrijke rol spelen bij het uitwerken van het strenge en
gevaarlijke karakter van de vogel.
DOEL:
De leerlingen moeten een vogel maken uit papier maché waarbij ze de eigenheid van de vogel benadrukken door gebruik te maken van kleur, vorm en textuur.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het lesonderwerp is “vogels”. Deze opdracht kan je zeker gebruiken in een ASO-klas omdat de leerlingen zowel praktische als theoretisch aan het werk worden gezet. De leerlingen moeten hun creativiteit gebruiken en tegelijkertijd moeten ze nadenken hoe ze de eigenheid van het dier versterken aan de hand van textuur, vorm en kleur
BEELDMODEL:
De leerlingen maken een sculptuur(P) van een vogel (O) waarbij ze de eigenheid (A) van het dier versterken. Ze doen dit op basis van papier-maché(T), waarbij ze vooral papier(M) en lijm(M) nodig hebben. De eigenheid van het dier gaan de leerlingen benadrukken door de textuur(Ba), de vorm(Ba) en de kleur (Ba)van de gekozen vogel te benadrukken.
DOEL:
De leerlingen moeten een vogel maken uit papier maché waarbij ze de eigenheid van de vogel benadrukken door gebruik te maken van kleur, vorm en textuur.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het lesonderwerp is “vogels”. Deze opdracht kan je zeker gebruiken in een ASO-klas omdat de leerlingen zowel praktische als theoretisch aan het werk worden gezet. De leerlingen moeten hun creativiteit gebruiken en tegelijkertijd moeten ze nadenken hoe ze de eigenheid van het dier versterken aan de hand van textuur, vorm en kleur
BEELDMODEL:
De leerlingen maken een sculptuur(P) van een vogel (O) waarbij ze de eigenheid (A) van het dier versterken. Ze doen dit op basis van papier-maché(T), waarbij ze vooral papier(M) en lijm(M) nodig hebben. De eigenheid van het dier gaan de leerlingen benadrukken door de textuur(Ba), de vorm(Ba) en de kleur (Ba)van de gekozen vogel te benadrukken.
Klas 2: 1e graad, 1B, VTI, 9
jongens
Lore Verweirder
LESOPDRACHT:
De
leerlingen bouwen een vogelskelet op aan de hand van de soldeertechniek en
ijzerdraad. Hierbij kijken ze vooral naar de basisvormen (kop, lijf, staart,
vleugels) en verliezen ze zich niet in details.
DOEL:
De leerlingen
leren het verschil tussen vorm en restvorm, en de verhouding daartussen.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het lesonderwerp is “vogels”, en wordt aangepast aan de
doelgroep door in te spelen op hun richting (het solderen, werken met
ijzerdraad) en iets wat jongens over het algemeen wel kan prikkelen: het skelet
van een vogel, niet de ‘saaie’ vogel op zich.
BEELDMODEL:
De
leerlingen maken het skelet van een vogel (O) waarbij ze gaan spelen met vorm
en restvorm (Ba) van de constructie (P). Dit doen ze aan de hand van ijzerdraad
(M) volgens de soldeertechniek (T) wat hen puur doet richten op de basisvormen
(Ba), het primitieve (A).
Karen Vande Putte (eigen lesopdracht)
LESOPDRACHT:
De
leerlingen gaan een vogel of meerdere vogels gaan weergeven door middel van een
collage. Het is de bedoeling dat de leerlingen de beweging van een vogel gaan
analyseren en deze gaan proberen vastleggen in hun werk.
DOEL:
Het is de
bedoeling dat de leerlingen deze beweging gaan vastleggen door te gaan werken
met ritme, afsnijding,…
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het
lesonderwerp is ‘vogels’. Dit is al een constante die je kan doortrekken over
de 4 lessen. Het lesonderwerp wordt wel zo aangepast aan de leefwereld van de
leerlingen. Zo zijn er in klas 3 veel geïnteresseerd in wiskunde. Door te gaan werken met ritme,
beweging, afsnijding, overlapping … zetten we de leerlingen aan het werk op een
manier waar ze ergens een link kunnen leggen met hun eigen voorkennis. Ze kunnen wiskundige figuren hier in herkennen en afmeten.
BEELDMODEL:
De
leerlingen maken één of meerdere vogels (O)
in de vorm van een collage(P & T).
Door te werken met ritme (BA),
beweging (BA) , afsnijding (BA), komen ze tot een bepaalde sfeer (A). Deze kan, door het werken met veel
herhaling (BA) druk en chaotisch (A) worden. Maar kan ook door grote
afbeeldingen af te snijden of een diagonale compositie (BA) te creëren
overweldigend (A) zijn. Ze werken
hier met alle soorten papier, kranten, magazines, stofjes,… (vindmateriaal) en
lijm (M).
BEELDMATERIAAL:
- FUTURISME:
Marcel Duchamps
– Het naakt daalt de trap af
POP-ART
Richard Hamilton Hier zien we het werken met collage. We zien hier overlapping en afsnijding.
KUBISME:
Georges Bracques
Hier is ook duidelijk overlapping die er voor zorgt dat er diepte in het werk zit en dat in combinatie met het onderwerp zorgt voor beweging in het werk.
-
Britse popart. Geraapdpleegd op
1/10/2012, op http://users.skynet.be/lit/britsepopart.htm
An Exceptional Father - Tribute to the Men of Hub Pages. Geraadpleegd op 1/10/2012, op http://pattyinglishms.hubpages.com/hub/An-Exceptional-Father
Landscape tour. Geraadpleegd op
1/10/2012, op http://www.artchive.com/artchive/B/braque/housesle.jpg.html
Klas 4: 3e graad, 5de jaar, haartooi, 16 meisjes, 1 jongen
Fran Louwie
LESOPDRACHT:
De leerlingen maken elk een ‘vogelmasker’ uit gips die ze achteraf zullen versieren. Er wordt nagedacht over enkele typische karaktertrekken of eigenschappen van zichzelf. Het is de bedoeling dat ze deze karaktertrekken linken aan een bepaalde vogel en deze dan vervolgens gaan verwerken in hun masker. Vb: Iemand die fier is op zichzelf en trots overkomt linkt zichzelf dan bijvoorbeeld aan een pauw. Deze persoon verwerkt dan bijvoorbeeld een pauw in zijn masker. Een masker wordt vaak gelinkt met verstoppen, mysterie, … De leerlingen gaan na wat hun kenmerken zijn (wat niet iedereen altijd weet). Er wordt rekening gehouden met vorm (masker, hoe ver baken je het masker af… verberg je het hele gezicht? Enkel je ogen? Half je gezicht…?) en kleur è welke kleuren kies ik om de eigenschappen van mezelf en m’n vogel goed te laten overkomen?
De leerlingen maken elk een ‘vogelmasker’ uit gips die ze achteraf zullen versieren. Er wordt nagedacht over enkele typische karaktertrekken of eigenschappen van zichzelf. Het is de bedoeling dat ze deze karaktertrekken linken aan een bepaalde vogel en deze dan vervolgens gaan verwerken in hun masker. Vb: Iemand die fier is op zichzelf en trots overkomt linkt zichzelf dan bijvoorbeeld aan een pauw. Deze persoon verwerkt dan bijvoorbeeld een pauw in zijn masker. Een masker wordt vaak gelinkt met verstoppen, mysterie, … De leerlingen gaan na wat hun kenmerken zijn (wat niet iedereen altijd weet). Er wordt rekening gehouden met vorm (masker, hoe ver baken je het masker af… verberg je het hele gezicht? Enkel je ogen? Half je gezicht…?) en kleur è welke kleuren kies ik om de eigenschappen van mezelf en m’n vogel goed te laten overkomen?
DOEL:
De leerlingen linken karaktereigenschappen van zichzelf aan een bepaalde vogel en gaan hierbij in de vertaling naar het masker vooral letten op vorm en kleur.
textuur(vorm) èwelke versiermaterialen gaat men gebruiken om de eigenheid van de vogel weer te geven? Er wordt ook gelet op de afsnijding van het masker (vorm)
De leerlingen linken karaktereigenschappen van zichzelf aan een bepaalde vogel en gaan hierbij in de vertaling naar het masker vooral letten op vorm en kleur.
textuur(vorm) èwelke versiermaterialen gaat men gebruiken om de eigenheid van de vogel weer te geven? Er wordt ook gelet op de afsnijding van het masker (vorm)
kleur: de leerlingen gaan na welke kleuren er het best gebruikt worden om de
eigenheid en aspecten van de gekozen vogel weer te geven.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
leerlingen (slechts 1 jongen) gaan eens naar zichzelf kijken
en eigenschappen van zichzelf vertalen in een vogel. Er wordt gelet op
schoonheid en detail, dit zijn enkele aspecten waarmee de leerlingen in
haartooi op letten en dikwijls mee bezig zijn.
BEELDMODEL:
De leerlingen maken een versierd masker(p) in gips(m)(t)
waarbij ze hun eigen karaktereigenschappen linken aan een vogel(o). Er wordt
hierbij vooral gelet op textuur (ba) en de kleuren die de leerlingen
gebruiken(ba) om zo goed mogelijk de eigenheid van de vogel weer te geven en
eveneens hun karaktereigenschap. (a)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten