PO Karen Vande Putte
maandag 22 april 2013
3 Logo's voor mezelf
Mijn logo's zijn ontworpen voor mezelf. Een echt idee van een bedrijf bij mezelf heb ik niet. Door mijn naam op te splitsen zou ik het logo kunnen gebruiken voor 'mijn bedrijf' als sport- of dansclub. De kleuren heb ik gekozen voor een opgewekt en vrolijk effect dit in combinatie met zeer eenvoudige vormen.
vrijdag 29 maart 2013
Opdracht: Logo ontwerpen
Het logo heb ik gemaakt voor vzw Jeugd Zonder Dak, waar de chiro, waar ik lid van ben, onder valt. Deze vzw geeft ons steun bij verschillende zaken en daarom wou ik voor hen een nieuw logo ontwerpen. Ik heb heel eenvoudig de termen 'jeugd' en 'dak' verwerkt in het logo.
vrijdag 30 november 2012
Lesverwerking werkblaadjes
Waarover ging de les?
Tijdens een les heb je buiten je lesgebeuren zelf, soms ook een houvast nodig voor de leerlingen aangezien er geen officieel handboek bestaat voor de lessen plastische opvoeding. Dit kunnen we gaan verwerken in een procesmap of werkblaadjes. Deze zijn dan eigenlijk de zelfgemaakte cursus van plastische opvoeding. De bedoeling van een procesmap of werkblaadjes is dus dat de leerlingen kunnen achterhalen wat ze gedaan hebben en deze gebruiken als terugblik op de les. De leerlingen kunnen op deze manier ook zichzelf evalueren aan de hand van de criteria die in de les aan bod kwam. Ikzelf heb tijdens mijn stage ook gezorgd voor werkblaadjes, dit met de bedoeling om de leerlingen zelf te laten nadenken over wat ze gezien hebben, maar ook om later hierop te kunnen terugvallen.
Waar moet je aan denken bij het maken van werkblaadjes?
1. Stel je werkblaadjes op aan de hand van je lesvoorbereiding, ga na welke elementen je wil doornemen in de les en welke dus zinvol en belangrijk zijn.
2. Hoe? Op je werkblaadjes geef je info weer, kunstbeschouwing, je laat ze noteren, schetsen... je zorgt er voor dat je de info die je geeft bespreekbaar is en dat ze deze kunnen verwerken op de blaadjes.
3. Instructie: - zorg voor een positieve formulering
- de vraagstelling mag niet suggestief zijn
- duid waarom van de opdracht aan
4. werkvorm: schrijven vergt veel tijd dus laat de lln. omcirkelen of aanduiden. Wanneer ze arceren/inkleuren/... zorg er voor dat dit dan doelgericht is.
5. Actie: verwerk de werkblaadjes in de les, zorg dat ze eigen zijn van de leerlingen en gebruik ze als begeleiding van de les.
6. Evaluatie: Laat de leerlingen schematisch een overzicht van de les noteren (geen zinnen) en laat ze zelf hun evaluatiecriteria bepalen.
7. Inhoud van de werkblaadjes: schema's, stappenplan, kunstbeschouwing, technieken, nieuwe/vreemde materialen uittesten en beeldaspecten onderzoeken en linken aan affect.
8. Zorg voor een overzichtelijke en aantrekkelijke lay-out.
Ik wist dat tijdens het maken van werkblaadjes je aan bepaalde zaken moest denken, maar de tips die ik in deze les heb meegekregen waren zeer waardevol. Zo kan ik tijdens mijn volgende stage hier nog meer rekening mee houden voor nog een beter uitwerking, op die manier zorg ik er voor dat de leerlingen nog een betere houvast hebben.
Tijdens een les heb je buiten je lesgebeuren zelf, soms ook een houvast nodig voor de leerlingen aangezien er geen officieel handboek bestaat voor de lessen plastische opvoeding. Dit kunnen we gaan verwerken in een procesmap of werkblaadjes. Deze zijn dan eigenlijk de zelfgemaakte cursus van plastische opvoeding. De bedoeling van een procesmap of werkblaadjes is dus dat de leerlingen kunnen achterhalen wat ze gedaan hebben en deze gebruiken als terugblik op de les. De leerlingen kunnen op deze manier ook zichzelf evalueren aan de hand van de criteria die in de les aan bod kwam. Ikzelf heb tijdens mijn stage ook gezorgd voor werkblaadjes, dit met de bedoeling om de leerlingen zelf te laten nadenken over wat ze gezien hebben, maar ook om later hierop te kunnen terugvallen.
Waar moet je aan denken bij het maken van werkblaadjes?
1. Stel je werkblaadjes op aan de hand van je lesvoorbereiding, ga na welke elementen je wil doornemen in de les en welke dus zinvol en belangrijk zijn.
2. Hoe? Op je werkblaadjes geef je info weer, kunstbeschouwing, je laat ze noteren, schetsen... je zorgt er voor dat je de info die je geeft bespreekbaar is en dat ze deze kunnen verwerken op de blaadjes.
3. Instructie: - zorg voor een positieve formulering
- de vraagstelling mag niet suggestief zijn
- duid waarom van de opdracht aan
4. werkvorm: schrijven vergt veel tijd dus laat de lln. omcirkelen of aanduiden. Wanneer ze arceren/inkleuren/... zorg er voor dat dit dan doelgericht is.
5. Actie: verwerk de werkblaadjes in de les, zorg dat ze eigen zijn van de leerlingen en gebruik ze als begeleiding van de les.
6. Evaluatie: Laat de leerlingen schematisch een overzicht van de les noteren (geen zinnen) en laat ze zelf hun evaluatiecriteria bepalen.
7. Inhoud van de werkblaadjes: schema's, stappenplan, kunstbeschouwing, technieken, nieuwe/vreemde materialen uittesten en beeldaspecten onderzoeken en linken aan affect.
8. Zorg voor een overzichtelijke en aantrekkelijke lay-out.
Ik wist dat tijdens het maken van werkblaadjes je aan bepaalde zaken moest denken, maar de tips die ik in deze les heb meegekregen waren zeer waardevol. Zo kan ik tijdens mijn volgende stage hier nog meer rekening mee houden voor nog een beter uitwerking, op die manier zorg ik er voor dat de leerlingen nog een betere houvast hebben.
dinsdag 16 oktober 2012
Blogopdracht 3: lesverwerking
1. LESINHOUD
Centraal in de les stond de aandacht voor het affect binnen je opdrachten? Dat je als PO-leraar moet vertrekken vanuit een affect, was niets nieuws voor mij. Maar toch betrap ik er mezelf iedere keer op dat ik er niet voldoende focus op leg. Het rekening houden met materiaal en techniek om het affect te versterken is voor mij iets waar ik meer aandacht moet aan besteden. Wanneer ik dit doe moet ik er wel voor zorgen dat het affect waarvoor ik kies zeer duidend is.
2. a.d.h.v. BEELDMODEL: OPDRACHT BEPALEN
- O: Het onderwerp van je opdracht is een belangrijk punt om te weten rond welke thema's je
opdracht kan/zal gaan.
- P: Het product dat je maakt is gelijk aan de uitwerking van je opdracht.
Let op dat binnen je product het affect kan naar voor worden gebracht.
- A: Dit is het vertrekpunt van waaruit je je opdracht bepaalt.
Hier bepaal je de sfeer van heel je les
- M: Het materiaal moet in gelijk staan aan het affect.
Wanneer je werkt met een griezelig, donker, duister, angstig affect. Kan je niet werken met
felgekleurde verf. Dit brengt het affect niet voldoende naar voor.
Materiaal zijn dus de benodigdheden om zo je opdracht verder uit te werken.
- T: De techniek waarmee je werkt moet gelinkt zijn aan het gekozen affect, om dit zo beter
naar voor te brengen.
Je techniek zorgt er voor dat de werkwijze van je opdracht duidelijk wordt.
- BA: Je opdracht bevat enkele beeldaspecten die je gebruikt om je opdracht beter uit te
werken.
Verschillende beeldaspecten kan een bepaald affect versterken.
3. LINKEN TUSSEN HET BEELDMODEL
Het is belangrijk dat alle elementen van het beeldmodel met elkaar kunnen worden gelinkt. Zo wordt de opdracht goed en duidelijk uitgevoerd en komt het gewenste affect naar voren.
4. AANGEPASTE LESOPDRACHT
O: Vogels
A: chaos, wanorde
P: Collage
M: Papier, tijdschriften
T: collagetechniek
BA: Beweging, ritme, herhaling, grootte verschillen, kleur, ...
Synthese: De leerlingen maken een collage met als onderwerp: vogels. De vogels worden robotachtig weergegeven hierbij rekeninghoudend met de verschillende beeldaspecten zoals ritme en beweging. Door het gebruik van collage kunnen we goed werken met overlapping en andere technieken om chaos en beweging te creëren. Ook door met vele kleuren te werken ontstaat er choas.
Schets:
Beeldmateriaal:
FUTURISME:
Marcel Duchamps - Het naakt daalt de trap af
KUBISME:
Georges Braques
Bronnen:
Centraal in de les stond de aandacht voor het affect binnen je opdrachten? Dat je als PO-leraar moet vertrekken vanuit een affect, was niets nieuws voor mij. Maar toch betrap ik er mezelf iedere keer op dat ik er niet voldoende focus op leg. Het rekening houden met materiaal en techniek om het affect te versterken is voor mij iets waar ik meer aandacht moet aan besteden. Wanneer ik dit doe moet ik er wel voor zorgen dat het affect waarvoor ik kies zeer duidend is.
2. a.d.h.v. BEELDMODEL: OPDRACHT BEPALEN
- O: Het onderwerp van je opdracht is een belangrijk punt om te weten rond welke thema's je
opdracht kan/zal gaan.
- P: Het product dat je maakt is gelijk aan de uitwerking van je opdracht.
Let op dat binnen je product het affect kan naar voor worden gebracht.
- A: Dit is het vertrekpunt van waaruit je je opdracht bepaalt.
Hier bepaal je de sfeer van heel je les
- M: Het materiaal moet in gelijk staan aan het affect.
Wanneer je werkt met een griezelig, donker, duister, angstig affect. Kan je niet werken met
felgekleurde verf. Dit brengt het affect niet voldoende naar voor.
Materiaal zijn dus de benodigdheden om zo je opdracht verder uit te werken.
- T: De techniek waarmee je werkt moet gelinkt zijn aan het gekozen affect, om dit zo beter
naar voor te brengen.
Je techniek zorgt er voor dat de werkwijze van je opdracht duidelijk wordt.
- BA: Je opdracht bevat enkele beeldaspecten die je gebruikt om je opdracht beter uit te
werken.
Verschillende beeldaspecten kan een bepaald affect versterken.
3. LINKEN TUSSEN HET BEELDMODEL
Het is belangrijk dat alle elementen van het beeldmodel met elkaar kunnen worden gelinkt. Zo wordt de opdracht goed en duidelijk uitgevoerd en komt het gewenste affect naar voren.
4. AANGEPASTE LESOPDRACHT
O: Vogels
A: chaos, wanorde
P: Collage
M: Papier, tijdschriften
T: collagetechniek
BA: Beweging, ritme, herhaling, grootte verschillen, kleur, ...
Synthese: De leerlingen maken een collage met als onderwerp: vogels. De vogels worden robotachtig weergegeven hierbij rekeninghoudend met de verschillende beeldaspecten zoals ritme en beweging. Door het gebruik van collage kunnen we goed werken met overlapping en andere technieken om chaos en beweging te creëren. Ook door met vele kleuren te werken ontstaat er choas.
Schets:
Beeldmateriaal:
FUTURISME:
Marcel Duchamps - Het naakt daalt de trap af
We zien hier het robotachtige van de persoon. Ook herhaling en ritme zijn aanwezig die zorgen voor beweging in het werk.
KUBISME:
Georges Braques
Door de hoekige figuren, overlapping en afsnijding, geeft dit beeld een bepaalde chaos en dynamiek.
Keith Haring
De kleuren zorgen voor een bepaalde chaos. Ook dankzij de verschillende figuren door elkaar te plaats ontstaat er een bepaalde dynamiek in het beeld.
Bronnen:
An Exceptional Father - Tribute to the Men of Hub
Pages. Geraadpleegd op 1/10/2012, op http://pattyinglishms.hubpages.com/hub/An-Exceptional-Father
Allposters. Geraadpleegd op 15/10/2012, op http://www.allposters.nl/-sp/Untitled-1988-Poster_i1664552_.htm
Landscape tour. Geraadpleegd op 1/10/2012, op http://www.artchrive.com/artchive/B/braque/housesle.jpg.html
zondag 7 oktober 2012
Blogopdracht 2: Lesverwerking
1. Lesinhoud
- De beginsituatie is verschillend van klas tot klas. Hier moet je steeds rekening mee houden wanneer je je lessen aan het voorbereiden bent.
- Elke leerling is ook verschillend, kijk dus niet alleen naar de klasgroep maar ook naar elke leerling individueel. Hou rekening met veiligheid en hun motoriek.
- Afhankelijk van je beginsituatie verandert je les (leerinhoud). Je kan dezelfde opdracht hebben maar de lesvoorbereiding is anders voor elke klas. Hier wordt dan rekening gehouden met didactische aanpak en je pedagogisch handelen.
- Bij een les plastische opvoeding vertrek vanuit het affect. Hou ook rekening met nieuwe materialen en technieken, zou hou je het voor de leerlingen boeiend want zo leren ze nieuwe dingen kennen.
- Bij het invullen van de beginsituatie op je lesvoorbereiding moet je rekening houden met de les die je gaat geven. Welke aspecten van de leerling, klasgroep, inhoud en school zijn nodig om te weten voor mijn les. Ga niet in detail treden en zeker niet wanneer deze informatie geen hinder veroorzaakt tijdens je les.
2. Wat was verrassend/niet verrassend, oud/nieuw?
Dat de beginsituatie zeer belangrijk is wist ik al. Je moet op veel letten en zorgen dat je de leerlingen ook individueel bekijkt. Uit eigen ervaring weet ik dat ik dit te weinig doe en als snel meer naar de klasgroep en zelfs naar de klas kijk (en observeer). De tips die we meekregen was dus zeer handig. Ook vond ik het verrassend hoe je in elke klas een zelfde opdracht kan doen maar dat je daarbij enkel je lesvoorbereiding moet aanpassen (inclusief aanpak etc.) omdat deze zo afhankelijk is van je beginsituatie. Ik vond het een zeer leerrijke les.
3. Linken met PW of ander vak.
Mijn ander vak is Project Kunstvakken. Hierbij is ook de beginsituatie belangrijk, net zoals bij alle andere vakken. Het gaat er om hoe de situatie invloed kan hebben op je les. Dat wordt zowel in mijn vak PK als in pedagogische wetenschappen gezegd. Uit ervaring van mijn stage heb ik zelf ook al gemerkt dat observeren voor je beginsituatie ontzettend belangrijk is. Een aandachtspunt voor mezelf is de leerlingen ook meer individueel te gaan bekijken.
- De beginsituatie is verschillend van klas tot klas. Hier moet je steeds rekening mee houden wanneer je je lessen aan het voorbereiden bent.
- Elke leerling is ook verschillend, kijk dus niet alleen naar de klasgroep maar ook naar elke leerling individueel. Hou rekening met veiligheid en hun motoriek.
- Afhankelijk van je beginsituatie verandert je les (leerinhoud). Je kan dezelfde opdracht hebben maar de lesvoorbereiding is anders voor elke klas. Hier wordt dan rekening gehouden met didactische aanpak en je pedagogisch handelen.
- Bij een les plastische opvoeding vertrek vanuit het affect. Hou ook rekening met nieuwe materialen en technieken, zou hou je het voor de leerlingen boeiend want zo leren ze nieuwe dingen kennen.
- Bij het invullen van de beginsituatie op je lesvoorbereiding moet je rekening houden met de les die je gaat geven. Welke aspecten van de leerling, klasgroep, inhoud en school zijn nodig om te weten voor mijn les. Ga niet in detail treden en zeker niet wanneer deze informatie geen hinder veroorzaakt tijdens je les.
2. Wat was verrassend/niet verrassend, oud/nieuw?
Dat de beginsituatie zeer belangrijk is wist ik al. Je moet op veel letten en zorgen dat je de leerlingen ook individueel bekijkt. Uit eigen ervaring weet ik dat ik dit te weinig doe en als snel meer naar de klasgroep en zelfs naar de klas kijk (en observeer). De tips die we meekregen was dus zeer handig. Ook vond ik het verrassend hoe je in elke klas een zelfde opdracht kan doen maar dat je daarbij enkel je lesvoorbereiding moet aanpassen (inclusief aanpak etc.) omdat deze zo afhankelijk is van je beginsituatie. Ik vond het een zeer leerrijke les.
3. Linken met PW of ander vak.
Mijn ander vak is Project Kunstvakken. Hierbij is ook de beginsituatie belangrijk, net zoals bij alle andere vakken. Het gaat er om hoe de situatie invloed kan hebben op je les. Dat wordt zowel in mijn vak PK als in pedagogische wetenschappen gezegd. Uit ervaring van mijn stage heb ik zelf ook al gemerkt dat observeren voor je beginsituatie ontzettend belangrijk is. Een aandachtspunt voor mezelf is de leerlingen ook meer individueel te gaan bekijken.
dinsdag 2 oktober 2012
Blogopdracht 1: lesonderwerpen vanuit een vertrekpunt
Vakdidactiek Plastische Opvoeding 2 OSO
Blogopdracht 1: lesonderwerpen vanuit een vertrekpunt
SCHOOL: Dé School
LEERKRACHTEN:
Lies Van Gansbeke
Lore Verweirder
Karen Vande Putte
Fran Louwie
Klas 1: 1e graad, moderne, klas van 23 lln, 14 meisjes, 9 jongens
Lies Van Gansbeke
LESOPDRACHT:
De
leerlingen maken een vogel in papier-maché. Het is de bedoeling dat ze een
vogel kiezen waarbij ze de eigenheid van het dier kan benadrukken bv. Bij een
Havik zal de grijze kleur, het grote lijf, de grote vleugels, de lange veren en
de scherpe bek een belangrijke rol spelen bij het uitwerken van het strenge en
gevaarlijke karakter van de vogel.
DOEL:
De leerlingen moeten een vogel maken uit papier maché waarbij ze de eigenheid van de vogel benadrukken door gebruik te maken van kleur, vorm en textuur.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het lesonderwerp is “vogels”. Deze opdracht kan je zeker gebruiken in een ASO-klas omdat de leerlingen zowel praktische als theoretisch aan het werk worden gezet. De leerlingen moeten hun creativiteit gebruiken en tegelijkertijd moeten ze nadenken hoe ze de eigenheid van het dier versterken aan de hand van textuur, vorm en kleur
BEELDMODEL:
De leerlingen maken een sculptuur(P) van een vogel (O) waarbij ze de eigenheid (A) van het dier versterken. Ze doen dit op basis van papier-maché(T), waarbij ze vooral papier(M) en lijm(M) nodig hebben. De eigenheid van het dier gaan de leerlingen benadrukken door de textuur(Ba), de vorm(Ba) en de kleur (Ba)van de gekozen vogel te benadrukken.
DOEL:
De leerlingen moeten een vogel maken uit papier maché waarbij ze de eigenheid van de vogel benadrukken door gebruik te maken van kleur, vorm en textuur.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het lesonderwerp is “vogels”. Deze opdracht kan je zeker gebruiken in een ASO-klas omdat de leerlingen zowel praktische als theoretisch aan het werk worden gezet. De leerlingen moeten hun creativiteit gebruiken en tegelijkertijd moeten ze nadenken hoe ze de eigenheid van het dier versterken aan de hand van textuur, vorm en kleur
BEELDMODEL:
De leerlingen maken een sculptuur(P) van een vogel (O) waarbij ze de eigenheid (A) van het dier versterken. Ze doen dit op basis van papier-maché(T), waarbij ze vooral papier(M) en lijm(M) nodig hebben. De eigenheid van het dier gaan de leerlingen benadrukken door de textuur(Ba), de vorm(Ba) en de kleur (Ba)van de gekozen vogel te benadrukken.
Klas 2: 1e graad, 1B, VTI, 9
jongens
Lore Verweirder
LESOPDRACHT:
De
leerlingen bouwen een vogelskelet op aan de hand van de soldeertechniek en
ijzerdraad. Hierbij kijken ze vooral naar de basisvormen (kop, lijf, staart,
vleugels) en verliezen ze zich niet in details.
DOEL:
De leerlingen
leren het verschil tussen vorm en restvorm, en de verhouding daartussen.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het lesonderwerp is “vogels”, en wordt aangepast aan de
doelgroep door in te spelen op hun richting (het solderen, werken met
ijzerdraad) en iets wat jongens over het algemeen wel kan prikkelen: het skelet
van een vogel, niet de ‘saaie’ vogel op zich.
BEELDMODEL:
De
leerlingen maken het skelet van een vogel (O) waarbij ze gaan spelen met vorm
en restvorm (Ba) van de constructie (P). Dit doen ze aan de hand van ijzerdraad
(M) volgens de soldeertechniek (T) wat hen puur doet richten op de basisvormen
(Ba), het primitieve (A).
Karen Vande Putte (eigen lesopdracht)
LESOPDRACHT:
De
leerlingen gaan een vogel of meerdere vogels gaan weergeven door middel van een
collage. Het is de bedoeling dat de leerlingen de beweging van een vogel gaan
analyseren en deze gaan proberen vastleggen in hun werk.
DOEL:
Het is de
bedoeling dat de leerlingen deze beweging gaan vastleggen door te gaan werken
met ritme, afsnijding,…
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
Het
lesonderwerp is ‘vogels’. Dit is al een constante die je kan doortrekken over
de 4 lessen. Het lesonderwerp wordt wel zo aangepast aan de leefwereld van de
leerlingen. Zo zijn er in klas 3 veel geïnteresseerd in wiskunde. Door te gaan werken met ritme,
beweging, afsnijding, overlapping … zetten we de leerlingen aan het werk op een
manier waar ze ergens een link kunnen leggen met hun eigen voorkennis. Ze kunnen wiskundige figuren hier in herkennen en afmeten.
BEELDMODEL:
De
leerlingen maken één of meerdere vogels (O)
in de vorm van een collage(P & T).
Door te werken met ritme (BA),
beweging (BA) , afsnijding (BA), komen ze tot een bepaalde sfeer (A). Deze kan, door het werken met veel
herhaling (BA) druk en chaotisch (A) worden. Maar kan ook door grote
afbeeldingen af te snijden of een diagonale compositie (BA) te creëren
overweldigend (A) zijn. Ze werken
hier met alle soorten papier, kranten, magazines, stofjes,… (vindmateriaal) en
lijm (M).
BEELDMATERIAAL:
- FUTURISME:
Marcel Duchamps
– Het naakt daalt de trap af
POP-ART
Richard Hamilton Hier zien we het werken met collage. We zien hier overlapping en afsnijding.
KUBISME:
Georges Bracques
Hier is ook duidelijk overlapping die er voor zorgt dat er diepte in het werk zit en dat in combinatie met het onderwerp zorgt voor beweging in het werk.
-
Britse popart. Geraapdpleegd op
1/10/2012, op http://users.skynet.be/lit/britsepopart.htm
An Exceptional Father - Tribute to the Men of Hub Pages. Geraadpleegd op 1/10/2012, op http://pattyinglishms.hubpages.com/hub/An-Exceptional-Father
Landscape tour. Geraadpleegd op
1/10/2012, op http://www.artchive.com/artchive/B/braque/housesle.jpg.html
Klas 4: 3e graad, 5de jaar, haartooi, 16 meisjes, 1 jongen
Fran Louwie
LESOPDRACHT:
De leerlingen maken elk een ‘vogelmasker’ uit gips die ze achteraf zullen versieren. Er wordt nagedacht over enkele typische karaktertrekken of eigenschappen van zichzelf. Het is de bedoeling dat ze deze karaktertrekken linken aan een bepaalde vogel en deze dan vervolgens gaan verwerken in hun masker. Vb: Iemand die fier is op zichzelf en trots overkomt linkt zichzelf dan bijvoorbeeld aan een pauw. Deze persoon verwerkt dan bijvoorbeeld een pauw in zijn masker. Een masker wordt vaak gelinkt met verstoppen, mysterie, … De leerlingen gaan na wat hun kenmerken zijn (wat niet iedereen altijd weet). Er wordt rekening gehouden met vorm (masker, hoe ver baken je het masker af… verberg je het hele gezicht? Enkel je ogen? Half je gezicht…?) en kleur è welke kleuren kies ik om de eigenschappen van mezelf en m’n vogel goed te laten overkomen?
De leerlingen maken elk een ‘vogelmasker’ uit gips die ze achteraf zullen versieren. Er wordt nagedacht over enkele typische karaktertrekken of eigenschappen van zichzelf. Het is de bedoeling dat ze deze karaktertrekken linken aan een bepaalde vogel en deze dan vervolgens gaan verwerken in hun masker. Vb: Iemand die fier is op zichzelf en trots overkomt linkt zichzelf dan bijvoorbeeld aan een pauw. Deze persoon verwerkt dan bijvoorbeeld een pauw in zijn masker. Een masker wordt vaak gelinkt met verstoppen, mysterie, … De leerlingen gaan na wat hun kenmerken zijn (wat niet iedereen altijd weet). Er wordt rekening gehouden met vorm (masker, hoe ver baken je het masker af… verberg je het hele gezicht? Enkel je ogen? Half je gezicht…?) en kleur è welke kleuren kies ik om de eigenschappen van mezelf en m’n vogel goed te laten overkomen?
DOEL:
De leerlingen linken karaktereigenschappen van zichzelf aan een bepaalde vogel en gaan hierbij in de vertaling naar het masker vooral letten op vorm en kleur.
textuur(vorm) èwelke versiermaterialen gaat men gebruiken om de eigenheid van de vogel weer te geven? Er wordt ook gelet op de afsnijding van het masker (vorm)
De leerlingen linken karaktereigenschappen van zichzelf aan een bepaalde vogel en gaan hierbij in de vertaling naar het masker vooral letten op vorm en kleur.
textuur(vorm) èwelke versiermaterialen gaat men gebruiken om de eigenheid van de vogel weer te geven? Er wordt ook gelet op de afsnijding van het masker (vorm)
kleur: de leerlingen gaan na welke kleuren er het best gebruikt worden om de
eigenheid en aspecten van de gekozen vogel weer te geven.
SAMENHANG MET DE ANDERE LESSEN:
leerlingen (slechts 1 jongen) gaan eens naar zichzelf kijken
en eigenschappen van zichzelf vertalen in een vogel. Er wordt gelet op
schoonheid en detail, dit zijn enkele aspecten waarmee de leerlingen in
haartooi op letten en dikwijls mee bezig zijn.
BEELDMODEL:
De leerlingen maken een versierd masker(p) in gips(m)(t)
waarbij ze hun eigen karaktereigenschappen linken aan een vogel(o). Er wordt
hierbij vooral gelet op textuur (ba) en de kleuren die de leerlingen
gebruiken(ba) om zo goed mogelijk de eigenheid van de vogel weer te geven en
eveneens hun karaktereigenschap. (a)
Abonneren op:
Reacties (Atom)








